
Landelijk is de koolmees nu de meest getelde tuinvogel, maar in Oosterhout staat de huismus nog altijd op nummer één.
Tijdens de 23e editie van de Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland telden ruim 105.000 deelnemers bijna 1,5 miljoen vogels. Dat is een stijging van zo’n 30 procent ten opzichte van vorig jaar. Opvallend is dat de koolmees landelijk voor het eerst de huismus van de eerste plaats verdringt, na meer dan twintig jaar dominantie van die soort.
In Oosterhout laat de telling echter een ander beeld zien. Hier staat de huismus nog altijd op de eerste plaats, gevolgd door de koolmees op nummer twee. Daarmee wijkt de lokale top twee af van de landelijke ranglijst, waar juist de koolmees bovenaan staat en de huismus naar plek twee is gezakt. De pimpelmees completeert zowel lokaal als landelijk de top drie.
De landelijke daling van de huismus, die dit jaar 8 procent minder werd geteld, past in een langere trend die begon in de jaren tachtig door verstening van tuinen en openbaar groen. Hoewel de aantallen de afgelopen jaren leken te stabiliseren, werd de huismus dit jaar in minder tuinen gezien en in kleinere groepen. Door tuinen groener en vogelvriendelijker in te richten met inheemse beplanting kunnen inwoners bijdragen aan betere leefomstandigheden voor deze karakteristieke tuinvogel. KLIK HIER voor de volledige resultaten van de Nationale Tuinvogeltelling 2026.





