
Rechter ziet voldoende inzet van de Staat maar waterschap Brabantse Delta vindt aanpak PFAS nog altijd niet stevig genoeg.
Het Waterschap Brabantse Delta neemt kennis van de uitspraak van de rechtbank in Den Haag over de aanpak van PFAS, maar benadrukt dat de opgave rond deze schadelijke stoffen onverminderd groot blijft. De rechter oordeelde dat de Nederlandse Staat voldoende maatregelen neemt om verspreiding van PFAS tegen te gaan en wees de eisen van elf milieuorganisaties voor een onmiddellijk totaalverbod op lozingen af.
Volgens het waterschap verandert die juridische conclusie niets aan de ernst van de situatie. Angelien Hagenaars, bestuurder met schoon water in haar portefeuille, stelt dat PFAS een hardnekkig en zorgwekkend probleem vormt voor milieu en volksgezondheid. Het verminderen van PFAS in het watersysteem van West-Brabant blijft daarom topprioriteit. De rechtbank erkent in haar uitspraak dat PFAS aanzienlijke risico’s met zich meebrengen. Ook is er nog altijd geen volledig overzicht van alle PFAS-verontreiniging in Nederland, mede doordat tientallen bedrijven weigeren mee te werken aan onderzoek. Dat onderstreept volgens het waterschap dat een gezamenlijke en stevigere aanpak noodzakelijk blijft.
In de regio blijft het waterschap inzetten op strikte vergunningverlening en handhaving binnen de beschikbare bevoegdheden. Daarnaast wordt PFAS structureel gemonitord in oppervlaktewater en bij zuiveringsinstallaties. Ook vindt kennisdeling plaats met andere overheden over effectieve maatregelen en wordt vooruitgelopen op toekomstige Europese regelgeving en mogelijk aangescherpt landelijk beleid. De boodschap vanuit het waterschap is helder: ook al biedt de uitspraak duidelijkheid over de rolverdeling tussen overheid en maatschappelijke organisaties, de maatschappelijke opdracht rond PFAS is groter dan het juridische kader. De inzet om het water schoon en gezond te houden blijft onverminderd doorgaan.